Je Kind Op School

Dyscalculie

Dyscalculie betekent letterlijk: slecht kunnen rekenen. Net als bij dyslexie hebben de kinderen met dyscalculie problemen met bepaalde schoolse rekenvaardigheden die niet te wijten zijn aan een laag IQ of te weinig onderwijs. Dyscalculie wordt vaak pas echt duidelijk in groep 3 wanneer de kinderen gaan leren rekenen. Dan zijn er altijd kinderen die de stof zo oppikken en kinderen die er meer moeite mee hebben. Sommige kinderen zijn gewoon niet zo goed in rekenen, maar bijvoorbeeld wel in taal. Dit is logisch, maar als er na extra instructie en veel oefening geen verbetering plaatsvindt kan dit duiden op dyscalculie. Het lukt deze kinderen niet om simpele sommen op te slaan en te automatiseren.

Een aantal signalen die kunnen wijzen op dyscalculie zijn:

  • Kinderen blijven traag optellen en aftrekken en blijven veel fouten maken bij simpele sommen. Ze hebben moeite met optellen en aftrekken tot 20. Ze blijven vaak op hun vingers tellen. Het lukt ze niet om de sommetjes in hun hoofd te krijgen en vlot toe te kunnen passen (automatiseren) .
  • Ze wisselen vaak getallen om, bijv. 13 wordt 31. Zowel met lezen als schrijven.
  • Ze hebben veel moeite met het inzicht in getalopbouw, bijv. wat is de waarde van 2 in het getal 324?
  • Ze vinden het lastig om strategieën te onthouden en toe te passen. Ook de volgorde van stappen die ze moeten nemen, krijgen ze niet onthouden.
  • Opdrachten waarbij ze met ruimtelijk inzicht moeten werken, zijn erg lastig.
  • Ze hebben moeite met klokkijken.
  • Schattend rekenen is lastig, doordat ze moeite hebben met het overzien van hoeveelheden.
  • Het kind wil heel graag, maar het lukt niet. Dit kan leiden tot frustratie en faalangst.
  • Ze slaan getallen over bij het tellen.
  • Kinderen lukt het niet om rekenregels, symbolen en formules te onthouden.
  • Ze blijven moeite houden met rekentaalbegrippen, zoals hoog, laag, meer, minder.

Onderzoek

Het blijft moeilijk om onderscheid te maken tussen een kind met rekenproblemen en dyscalculie. Het ligt erg dicht bij elkaar en omdat de oorzaak van dyscalculie nog niet helemaal bekend is, is het moeilijk vast te stellen waar het probleem vandaan komt. Het is bewezen dat er iets in de hersenen misgaat en dat het ook met erfelijkheid te maken heeft. Ook is er een verband met dyslexie, omdat er bij het rekenen ook veel gelezen moet worden. Wanneer er wel onderzoek verricht gaat worden, moet er op school eerst gekeken worden hoe het kind een rekentaak uitvoert en welke basisvaardigheden het wel beheerst. Ook moet worden uitgesloten of er geen andere oorzaken zijn die de rekenproblemen veroorzaken. Een orthopedagoog of psycholoog moet uiteindelijk de diagnose dyscalculie vaststellen.

Mijn kind heeft dyscalculie

Vroeger werden kinderen al snel dom en lui gevonden als ze iets niet voor elkaar kregen. Tegenwoordig weten we wel beter en proberen we er alles aan te doen om uit te zoeken hoe het komt dat het kind zoveel moeite heeft om te leren rekenen. Omdat de rekenresultaten onvoorspelbaar zijn, kan het kind faalangstig worden en gefrustreerd raken. Dit moeten we eigenlijk proberen te voorkomen, omdat we niet willen dat het kind een hekel aan rekenen krijgt. Door zoveel mogelijk begrip te tonen en aandacht aan het kind te geven, kun je dit proberen te voorkomen. Op school kan er extra instructie gegeven worden en thuis kun je met je kind ook extra oefenen. Als dit alles niet wil helpen, is het waarschijnlijk verstandig om in overleg met de school een onderzoek te starten.

Handige links