Je Kind Op School

Freinetonderwijs

In Nederland zijn er zo’n 7000 scholen voor basisonderwijs. Zolang je aan de door de overheid opgestelde kerndoelen voldoet, ben je als school vrij te kiezen met welk concept je wilt werken. Veel scholen kiezen voor het leerstofjaarklassensysteem. Hierbij staan de methodes zoals rekenen en taal centraal. De kinderen moeten deze methodes verwerken in een bepaalde tijd en met vaste procedures. Er zijn ook scholen waarbij het kind meer centraal staat. Zij geven de kinderen meer zelfstandigheid en keuzevrijheid in de vakken. Sommige scholen geven onderwijs volgens een bepaalde levensvisie.

Het ontstaan van het freinetonderwijs

Célestin Freinet (1896-1966) is de grondlegger van het freinetonderwijs. Hij merkte dat zijn leerlingen wel leergierig waren, maar geen trek hadden in de boeken. Daarom ging hij er met zijn leerlingen op uit. Hij ging de natuur in en naar bedrijfjes in de buurt. Hij liet ze hier vervolgens verslagen van maken. Zo ontwikkelde hij, samen met zijn kinderen, technieken waarin ervaringen van kinderen centraal staan.

Wat houdt freinetonderwijs in

Het onderwijs werkt niet met vaste methodes zoals rekenen, taal en schrijven. Het gaat uit van de belevingen en ervaringen van kinderen. Kinderen zijn gemotiveerder om aan het werk te gaan omdat ze uitgaan van hun eigen interesses. Ze kiezen zelf waar ze over willen leren. De leerkracht zorgt hierbij voor diepte en structuur. Zo zorgt hij er bijvoorbeeld voor dat het kind het niet alleen over zijn konijn heeft of dat de kinderen niet alleen met de computerspelletjes willen spelen. In het freinetonderwijs zitten de kinderen van meerdere leeftijdsgroepen bij elkaar in de klas. Het freinetonderwijs heeft een aantal uitgangspunten:

  • de school gaat uit van de belevingen en ervaringen van kinderen. De leerkracht en de groep zelf zorgen ervoor dat er zinvol gewerkt wordt
  • het leren gebeurt door middel van experimenteel zoeken en ontdekken
  • de leerlingen leren in een voor hun betekenisvolle omgeving
  • de opvoeding op school vindt plaats in democratisch/ coöperatief overleg

Voorop bij het freinetonderwijs staan het respect voor de mening en eigenheid van leerlingen, ouders en collega’s. In het freinetonderwijs hebben de kinderen zelf veel inspraak. Zo stemmen ze op democratische manier wat ze willen leren en waar ze het geld uit de spaarpot, wat ze gezamenlijk hebben gespaard, aan uitgeven. Ook hebben ze veel inspraak in de lessen. Zo wordt een kringgesprek bijvoorbeeld om de beurt door een kind geleid. Op een muurkrant of in een verhaal werken de kinderen hun belevenissen uit. Via de klassenkrant kunnen ouders nalezen wat hun kind allemaal in de klas doet.

De freinetleerkracht

De leerkracht op een freinetschool zorgt, stuurt en coacht zijn leerlingen. Zo zorgt hij er bijvoorbeeld voor dat een kleuter het niet constant over zijn konijn heeft. Hij vraagt door en laat het kind ook over andere dieren nadenken. Ook zorgt hij ervoor dat de oudere kinderen niet alleen op de computer willen werken. Hij daagt ze uit om ook verder te denken en ze te motiveren voor andere werkvormen. De leerkracht heeft het druk met al het unieke werk van de kinderen uit te zoeken en na te kijken. Ook moet hij ervoor zorgen dat de kinderen wel de leerlijnen behalen die normaal in de methodes staan beschreven.

Mijn kind op een freinetschool

Belangrijke punten om over na te denken zijn het vrije denken en doen op een freinetschool. Kinderen bepalen grotendeels zelf wat en waar ze over willen leren. Ze gaan er regelmatig op uit (ook gewoon binnen de school) om te ontdekken en maken hier verslagen van. De klassen bestaan uit werkhoeken. Het is niet zomaar een ruimte met tafels en stoelen in een rij of groepje. De klassenvergadering, het kringgesprek is een belangrijk onderdeel van het onderwijs. Hier begint doorgaans elke week of zelfs dag mee. Zo bepalen kinderen en de leerkracht democratisch welk werk er georganiseerd gaat worden. Kinderen krijgen veel zelfvertrouwen en leren om respectvol naar elkaar te luisteren. Het is de vraag of je erachter staat en denkt dat je kind mee kan met de vrijheid die het krijgt en mondig en zeker genoeg is om zijn stem te laten gelden. Er zijn in het voortgezet onderwijs geen freinetscholen.