Je Kind Op School

Jenaplanonderwijs

In Nederland zijn er zo’n 7000 scholen voor basisonderwijs. Zolang je aan de door de overheid opgestelde kerndoelen voldoet, ben je als school vrij te kiezen met welk concept je wilt werken. Veel scholen kiezen voor het leerstofjaarklassensysteem. Hierbij staan de methodes zoals rekenen en taal centraal. De kinderen moeten deze methodes verwerken in een bepaalde tijd en met vaste procedures. Er zijn ook scholen waarbij het kind meer centraal staat. Zij geven de kinderen meer zelfstandigheid en keuzevrijheid in de vakken. Sommige scholen geven onderwijs volgens een bepaalde levensvisie.

Het ontstaan van het Jenaplanonderwijs

Het Jenaplan is ontstaan door de Duitse professor Peter Petersen (1884 – 1952) uit Jena. In 1924 startte hij een klein experiment in zijn woonplaats met een andere opzet van het onderwijs. Kinderen met dezelfde leeftijden in een groep, werden ‘stamgroepen’ genoemd. De kinderen kwamen met verschillende leeftijden en ontwikkelingsniveaus bij elkaar in de groep. De eerste Jenaplanschool in Nederland kwam in 1962.

Wat houdt Jenaplanonderwijs in

Belangrijk in het Jenaplanonderwijs zijn de verschillen tussen kinderen, verschillen die voortkomen uit achtergrond tot verschillen in eigenschappen. Het jenaplan kent twintig basisprincipes. Deze principes zijn onderverdeeld in drie groepen:

  • vijf uitspraken over mensen, die gelden voor iedereen om en rond de school
  • vijf uitspraken over de samenleving; op school en thuis als ook in de maatschappij
  • tien uitspraken over de opvoeding en het onderwijs zelf, hoe zij deze organiseren en vormgeven.

Het onderwijs is gericht op de opvoeding van kinderen en daarom wordt er veel meer gedaan dan alleen lezen, schrijven en rekenen. Jenaplanscholen kennen geen rooster zoals traditionele scholen. Bijna alle activiteiten vinden flexibel plaats en er wordt regelmatig gewisseld tussen werk en ontspanning (ritmisch dag- of weekplan). Er wordt uitgegaan van vier basisactiviteiten die elke dag aan bod komen: spreken, spelen, werken en vieren. Volgens het Jenaplanconcept zijn dit de vier basisactiviteiten waarin mensen leven en leren en houden ze op deze manier zoveel mogelijk rekening met de gehele mens.

  1. Tijdens het gesprek luister je naar elkaar en leer je gedachten onder woorden te brengen, gevoelens te uiten, meningen te geven en kritisch naar een ander zijn mening te luisteren. Je bent samen of met meerdere en een gesprek heb je dagelijks en is de basis van vele activiteiten.
  2. In het spel kun je je ontspannen en beleef je plezier. Al spelend leren kinderen van zowel taal, rekenen en schrijven als toneelspel en poppenkast.
  3. Tijdens het werk is het de bedoeling dat de kinderen in het stilwerkuur bepalen wanneer ze welk werk doen. Dit kan reken, taal, lezen of schrijven zijn. De kinderen zijn dus gedeeltelijk vrij te kiezen wat ze gaan doen. Welk werk de kinderen moeten doen is afhankelijk van het niveau van het kind. Het werk moet binnen de tijd af zijn waarbij zoveel mogelijk rekening gehouden wordt met het werktempo van het kind.
  4. Tijdens een viering wordt, met de stamgroep of met de hele school, een gebeurtenis gevierd die niet zomaar voorbij kan gaan. Dit kunnen grote en kleine gebeurtenissen zijn. Het is een bijzonder samenzijn met groepsgenoten of met de hele school. Zo wordt de week vaak met de hele school geopend en afgesloten.

Stamgroepen

De leerlingen op een jenaplanschool zitten in stamgroepen. Dit betekent dat de kinderen van verschillende leeftijden (2- of 3 leerjaren) en verschillende ontwikkelingsniveaus bij elkaar zitten, net als in een gezin. De reden hiervoor is dat kinderen verschillend zijn en op deze manier veel van elkaar kunnen leren. Kinderen leren om te gaan met verschillen en leren elkaar te respecteren. De meeste Jenaplanscholen hebben een onderbouw, een middenbouw en een bovenbouw. Binnen het Jenaplanonderwijs werken kinderen, leraren en ouders samen. Net als op andere scholen dragen ouders een stukje van de opvoeding over aan de school, maar op een Jenaplanschool spelen de ouders op verschillende manieren een belangrijke rol in het onderwijs.
In de stamgroepen is er een stamgroepleider (vergelijkbaar met een leraar in het regulier onderwijs). Deze zorgt ervoor dat de ideeën en inbreng van de kinderen wordt meegenomen in de thema’s en projecten waarmee gewerkt wordt. Zo worden de kinderen serieus genomen en worden ze gestimuleerd om initiatieven te nemen en over allerlei zaken mee te praten en te denken.

Wereldoriëntatie

Binnen het Jenaplanonderwijs vormt het vak wereldoriëntatie het hart van het onderwijs. Leerlingen leren binnen- en buiten de school. De belangstelling van het kind staat centraal. Waar ligt zijn interesse. De kinderen gaan hier vervolgens mee aan de slag. Dit kan individueel of in een groepje. De eigen gemaakte kennis van het kind kan hij op verschillende manieren overbrengen aan zijn groepsgenoten, bijvoorbeeld door een werkstuk, via een muurkrant of met een tentoonstelling.

Mijn kind op een Jenaplanschool

Ieder kind is in principe welkom op een Jenaplanschool. Waar het om gaat is of de ouders zich in de visie van het Jenaplan kunnen vinden. Methodes staan niet bovenaan, maar de verschillen tussen kinderen. Zelfverantwoordelijkheid, talenten en interesses van het kind staan centraal en niet de leerstof. De kinderen werken vaak met thema’s. Vaardigheden als taal- en/of rekenen worden in deze thema’s geïntegreerd. Op Jenaplanscholen wordt geen gebruik gemaakt van traditionele rapporten met cijfers. Jenaplanscholen maken gebruik van rapportages met daarin aandacht voor de totale ontwikkeling van het kind. Punten waar goed over nagedacht moet worden zijn het leren in heterogene groepen ( de stamgroepen), het ritmisch dag- of weekplan, het werken met thema’s en projecten en de grote zelfverantwoordelijkheid van de kinderen voor hun werk. Er zijn in het voortgezet onderwijs ook Jenaplanscholen.